Nikolaas Vanneste, geïnspireerd door Don Bosco en Charles de Foucauld

Foto Katinka Steen

De bisschop van Brugge benoemde Nikolaas Vanneste tot medepastoor in de federatie Bredene-Vuurtoren. Graag stellen we priester Nikolaas aan jullie voor.

Het was in 1970 dat Nikolaas Vanneste voor het eerst de wereld inkeek vanuit zijn wieg in… Mexico. Papa Vanneste werkte immers enkele jaren voor Bell Telephone in Midden-Amerika. Na deze periode vond het gezin een nieuwe thuishaven in Sint-Michiels bij Brugge. De jonge Nikolaas groeide er op samen met een twee jaar jongere broer en een vier jaar jongere zus. Hij ging er naar de lagere school, was er misdienaar en maakte er de Chiro mee van de Speelclub tot de leiding. Voor het middelbaar onderwijs trok hij naar het Don Boscocollege in Zwijnaarde.

Nikolaas Vanneste: “Ik heb er zelf voor gekozen om, in het voetspoor van een oudere neef, intern te worden in Don Bosco en ik heb het mij nooit beklaagd. In de school heerste immers een echt stimulerend klimaat met een puike afwisseling van studie en sport. Daar maakte ik kennis met de salesiaanse spiritualiteit, die vertrouwen durft geven aan jongeren en hen kansen biedt.”

De levens- en geloofsvisie van Don Bosco en zijn volgelingen drukte een stempel op de jonge Nikolaas. Zijn keuze voor het priesterschap kwam dan ook niet echt uit de lucht vallen. Na het middelbaar onderwijs volgden 1 jaar seminarie in Brugge, 2 jaar pedagogie in Leuven, en weer 4 jaar seminarie in Brugge. De bekroning volgde in 1995 met zijn priesterwijding. En nog was hij de boeken niet beu, want na zijn wijding ging hij dogmatische theologie studeren in Rome.

Nikolaas Vanneste: “Er waren nog andere factoren die mij naar het priesterschap zouden leiden. Zo groeide ik op in een gezin waar de zorg voor ‘de ander’ belangrijk was – mijn mama en mijn zus waren verpleegster, mijn broer werd tandarts. Ik koos voor het priesterschap in de overtuiging dat ik mij zo het beste dienstbaar zou kunnen maken voor mijn omgeving. Bij ons thuis was er ook ruimte voor spiritualiteit. Mijn ouders zijn trouwens nog altijd actief in de Foucauld-fraterniteit. Dit genootschap werd genoemd naar Charles de Foucauld, een Franse militair, bon-vivant en ontdekkingsreiziger die zich bekeerde en trappist werd, en die tenslotte, als heremiet in een woestijngebied in Algerije, de grondlegger werd van een nieuwe christelijke spiritualiteit die zich inspireert op het ‘verborgen’ leven van Jezus, voor hij in de openbaarheid trad.”

Pastoor Nikolaas startte zijn ‘professionele’ carrière in het onderwijs. In 1999 werd hij benoemd tot leraar godsdienst in het Sint-Amandscollege van Kortrijk, een functie die hij uitoefende tot 2013. Terzelfdertijd was hij van 2000 tot 2011 eerst hulppriester in Bissegem, daarna pastoor van Zwevegem Sint-Elooi .

Nikolaas Vanneste: “In Bissegem was ik onder meer druk bezig met jeugdwerking. Ik begeleidde er de KSA-jongens en de Chiromeisjes. Daar bestond ook een vrij actieve “Plus-werking” voor de begeleiding van de vormelingen na de afronding van de vormselcatechese. Om de liturgie aantrekkelijker te maken voor jongeren richtten wij er een religieus geïnspireerde muziekband op met twee zangers, twee gitaren, een keyboard en een drumstel. Ik speelde ook mee met mijn gitaar. Deze band treedt trouwens nog altijd op onder de naam “Xamen”, maar ik maak er geen deel meer van uit.”

Als pastoor in Zwevegem Sint-Elooi was hij verantwoordelijk voor de randparochies van de gemeente: Otegem, Kooigem, Heestert, Moen en Sint-Denijs. In 2012 volgde zijn aanstelling tot pastoor in Lauwe Sint-Bavo, in 2014 werd hij moderator van de federatie Lauwe-Rekkem.

Op 1 april 2018 benoemde de bisschop hem tot medepastoor in onze federatie. Hij ‘draait’ hier dus al een poosje mee en begeleidde zo de eerste communies in Bredene-Dorp en Duinen en het vormsel in Bredene-Dorp en Sas.

Zijn eerste ervaringen in de federatie?
Nikolaas Vanneste: “Die zijn alleszins positief. Hier aan de kust gaat het er gemoedelijk aan toe. De mensen hebben een open mentaliteit en gunnen elkaar de vrijheid zichzelf te zijn.”
(Leo Coulier)

Foto Katinka Steen