Witte Donderdag – bezinning

Witte Donderdag – bezinning

31 maart 2021 Uit Door decaproen@hotmail.com

Stilte voor de storm
adembenemend
gespannen afwachten
bang zijn
dicht bij elkaar zitten
en eten
brood en wijn delen
krachten krijgen
om de reis te maken
(Aukje Wijma)

Witte Donderdag laat ons zien
hoe een mens tot het uiterste kan gaan in de liefde.
Liefde, niet voor één persoon, maar voor alle mensen.
Liefde die alles omvattend is, alles doorstralend.
Liefde die wonderen doet, die alles vermag,
en waarvan sommigen denken dat ze niet bestaat:
Liefde die in zich vreugde draagt en verdriet
omdat ze alles overstijgt,
zelfs de grens tussen droefheid en vreugde.

Eerste lezing (naar Exodus 12,1- 8,11- 14)

Toen kwam die avond, die nacht, die anders was dan alle andere.
Het is deze nacht die Jezus en zijn leerlingen
herdachten op het Laatste Avondmaal.
Eindeloos leek het
dat het Joodse volk als slaven in Egypte had geleefd,
Maar toen was Mozes gekomen met een bevrijdende boodschap.
Hij bracht het woord van God en verkondigde dat ze bevrijd zouden worden.
Tien keer ging hij aan de Farao vragen of ze mochten vertrekken,
negen keer kwam de Farao op zijn belofte terug
en werd de verdrukking erger dan tevoren.
Toen was het genoeg geweest, nu zouden ze definitief vertrekken.
Maar dit moesten ze eerst nog doen:
ieder Joods gezin moest een lam slachten,
het bloed aan beide deurposten strijken en over de bovenbalk van de deur.
Er was geen tijd om het brood te laten rijzen,
dus was er enkel brood zonder gist, ongedesemd brood,
en kruiden, bittere kruiden.
En zo moesten zij die avond eten:
rechtstaande, de lendenen omgord, de voeten geschoeid, de staf in de hand,
gereed voor het vertrek.
“En ge moet deze avond blijven gedenken en vieren,
elk jaar weer, ter ere van Jahweh,
die jullie heeft bevrijd uit Egypte, toen, en vandaag ook weer…”

Lied: ‘So gehst du nun, mein Jesu, hin’ (J.S. Bach – BWV 500)

Ziel
Nu gaat u op weg, mijn Jezus,
om voor mij te sterven,
voor mij, een zondaar,
die u verdriet doet in vreugde.
Welaan! Ga,
edele toeverlaat,
laten mijn ogen stromen
als een zee van tranen,
ach en wee,
om het lijden te begieten.
Jezus
Ach zonde! schadelijk slangengif,
hoe erg kun je het maken!
Jouw loon, de vloek die mij nu treft
stuurt mij de dood in.
Nu komt de nacht,
de macht van de zonde,
ik moet de schuld van anderen aflossen.
Kijk er goed naar,
jij slaaf van de zonde,
nu mag je niet meer aarzelen.
Ziel
Ik, ik, Heer Jezus, zou eigenlijk
de straf voor mijn zonden moeten ondergaan 
aan lichaam en ziel, aan hoofd en haren, 
en voor eeuwig zou ik van alle vreugden 
beroofd moeten zijn
en pijn moeten lijden,
maar u neemt de schulden op zich.
Uw bloed en uw dood
brengen mij naar God,
ik blijf in uw genade.
vertaling © Ria van Hengel

Evangelie (Johannes 13, 1-15)

Onder het laatste avondmaal stond Jezus van de tafel op.
Wetend dat de Vader Hem alles in handen had gegeven,
en in het bewustzijn dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af en bond zich een linnen schort voor.
Hij goot water in het wasbekken en begon de voeten van zijn leerlingen te wassen. Met de schort droogde Hij ze af.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus.
Die zei; “Heer, wilt Gij me de voeten wassen?”
“Wat Ik doe begrijp je nu nog niet,” antwoordde Jezus.
“Later zul je de betekenis ervan zien.”
“Nooit in der eeuwigheid laat ik door U mijn voeten wassen!”
“Als Ik ze niet was, als Ik je niet mag dienen,
kun je geen deel hebben aan het leven dat Ik geef.”
“Heer, dan niet alleen mijn voeten! Ook mijn handen en hoofd!”
“Ach, wie een bad heeft genomen
hoeft zich alleen het stof van de voeten te wassen.
Jullie zijn rein … Maar niet allemaal.”
Jezus wist dat iemand Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij: “Niet allemaal.”
Toen Hij hun voeten had gewassen,
trok Hij zijn kleren weer aan en kwam bij hen aan tafel.
“Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?
Jullie spreken me aan met “Meester” en “Heer”.
Terecht: dat ben Ik.
Als Ik, Heer en Meester, jullie de voeten heb gewassen,
moeten jullie ook elkaars voeten wassen.
Ik heb jullie een voorbeeld gegeven…
Doe zoals Ik heb gedaan.
Want dit staat vast:
een dienaar is niet groter dan zijn heer,
een gezant staat niet boven degene die hem heeft gezonden.
Als je dat onthoudt én er ook naar handelt, ben je gelukkig!”

Duiding

Op de vooravond van zijn lijden deed Jezus ons voor
hoe we, letterlijk en figuurlijk, aan liefde handen en voeten kunnen geven.
Hij waste zijn leerlingen de voeten.
Een symbolische gebaar dat Petrus in eerste instantie niet begreep,
en dat ook ons wellicht vreemd overkomt.

In het Palestina van Jezus’ tijd was het gebruikelijk
dat de voeten van de gasten bij hun aankomst werden gewassen.
Ze hadden lang gelopen langs stofferige wegen,
in open  sandalen,
en dus was zo’n opfrisbeurt welkom.
Uiteraard was die wasbeurt een taak voor het huispersoneel.

Maar er is meer.
Vooraleer aan tafel te gaan, waste iedereen ook zijn handen.
Dat was niet alleen een vorm van hygiëne zoals bij ons,
maar tegelijk ook een spiritueel reinigingsritueel.
Joden doen dat ook voordat ze de tempel betreden.
Het is een vorm van zich zuiveren
om als een rein mens voor Gods aanschijn te verschijnen.

Dat Jezus, voor het Laatste Avondmaal,
de handen en voeten van zijn leerlingen waste,
heeft dus een rijke symbolische betekenis.
Toen Hij hiermee klaar was, zei Hij:
“Ik heb jullie een voorbeeld gegeven.
Doe zoals Ik heb gedaan.”

Lied: ‘Eat this bread’ (Taizé)

Eat this bread, drink this cup,
come to me and never be hungry.
Eat this bread, drink this cup,
trust in me and you will not thirst.

Eet dit brood, drink deze beker,
komt naar Hem en weest nooit meer hongerig.
Eet dit brood, drink deze beker,
vertrouw Hem en je zult nooit meer dorst hebben.

Bezinning

Eén woord was vaak voldoende,
om mensen te genezen en te doen opstaan
uit de verlamming van het verleden.

Vijf broden waren voldoende,
om te delen voor vijfduizend,
hongerig en eenzaam,
verzameld uit hoop.

Twaalf mensen om de tafel was voldoende,
om tot op vandaag het moment te gedenken,
dat verbondenheid mogelijk maakte.

Drie dagen waren voldoende,
om het ergste lijden in eenzaamheid
te doorstaan en te overwinnen,
en dankzij Pasen te leven,
vooral waar mensen samenzijn.
(Luc Vandenabeele)

Lied: ‘Flesh and Blood’ (David Olney)

Een verre plaats
Een verre tijd
Hij brak het brood
Hij schonk de wijn in
Het uur was nabij
Het moment was daar
Dus van zijn vrienden
Nam Hij afscheid

De tijd is gekomen
Voor mij om te vertrekken
Wanhoop niet
En treur niet
Het pad is duidelijk
De weg wordt getoond
Je hoeft niet bang te zijn
Je bent niet alleen

Vlees en bloed
De ziel van de mens
Hij leefde en stierf
Hij leeft opnieuw

De seizoenen gaan voorbij
De eeuwen komen en gaan
Koninkrijken worden opgericht en koninkrijken vallen
Dag in nacht
En nacht tot dag
Alles aardse glorie
Vervaagt

Maar nu is de tafel gedekt
En hij roept nog een keer
om het brood te breken
om de wijn in te schenken
Wat voor hartzeer
We ook hebben gekend
We hoeven niet bang te zijn
We zijn niet alleen

Vlees en bloed
De ziel van de mens
Hij leefde en stierf
Hij leeft opnieuw

Ik heb mijn Zoon naar de wereld gezonden
om jullie een voorbeeld te geven van tedere dienstbaarheid – zegt God.
Als Hij het brood breekt
en de beker ronddeelt
als teken van zijn gegeven leven,
dan is dat een uitnodiging
om net hetzelfde te doen
en je leven te geven
in dienst van de vreugde en het geluk van anderen.
Als Hij de voeten wast van zijn leerlingen,
die zijn vrienden waren geworden,
dan is dat een uitdaging
om ook je handen vuil te maken
en dienend lief te hebben.
(Erwin Roosen)

(De voetwassing – Sieger Köder)


De klokken zwijgen.
Het is stil geworden.
Doodstil.

Goede Vrijdag komt dichterbij.
We weten wat toen met Jezus is gebeurd.
Na het feestelijk samenzijn gaat Jezus met zijn vrienden naar de Olijfberg.
Zijn vrienden gaan met Hem mee…

Het verhaal van de nacht van Witte Donder­dag (Mc. 14,32-42)

Na het Laatste Avondmaal ging Jezus met zijn leerlingen
naar een landgoed dat Getsemani heet.
“Blijven jullie hier” zei Jezus tegen zijn leerlingen,
“Ik ga bid­den”.
Hij nam Petrus, Jaco­bus en Johannes met zich mee.
Verwarring en angst be­gonnen zich van Hem meester te maken.
“Ik ben doods­bang” zei Hij tegen hen,
“Blijf hier en waak met Mij”.
Hij liep nog een stukje verder,
liet zich voorover op de grond vallen
en bad dat, als het mogelijk was,
dit lij­densuur Hem bespaard mocht blijven.
“Abba, mijn Vader, bij U is alles mogelijk;
neem deze beker van Mij weg.
Alleen, niet wat Ik wil maar wat U wilt”.
Hij ging terug en vond de drie leerlingen in slaap.
“Simon, slaap je?” vroeg Hij aan Petrus.
“Kun je dan nog geen uurtje met Mij waken?
Waak en bid dat je niet toe­geeft aan de verlei­ding.
De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak”.
Hij ging weer weg en bad met dezelfde woorden.
Toen Hij terugkwam, vond Hij ze weer in slaap,
want ze konden hun ogen niet open­houden.
Ze wisten niet wat zeggen tegen Hem.
Toen Hij voor de derde keer terugkwam, zei Hij:
“Alweer aan het slapen en uitrusten?
Alsof het einde nog ver weg is!
Nee, het beslissende moment komt eraan!
De Men­senzoon wordt verra­den
en valt in de handen van zondi­ge mensen.
Sta op en laten we gaan. Daar komt de verra­der al aan!”

Lied: ‘Bleibet hier (Taizé)

Blijf bij Mij en waak hier met Mij.
Waak en blijf bidden. Waak en blijf bidden.

Solozang (uit Mat 26:36-42)
Blijft hier en waakt hier met mij, waakt en bidt, waakt en bidt.
Ik ben dodelijk bedroefd. Blijft hier en waakt hier met mij.

Vader, als het mogelijk is, laat dan deze beker aan mij voorbijgaan.

Vader! Als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat
zonder dat ik hem drink, laat dan uw wil geschieden.

(Christ on the Mount of Olives – Paul Gauguin, 1889)

De teksten zijn ontleend aan Dominicanen Schilde-Bergen
Uitgelichte afbeelding: Kerk de Ark.nl