Goede Vrijdag – bezinning

Goede Vrijdag – bezinning

1 april 2021 Uit Door decaproen@hotmail.com

J.S. Bach: Da Jesus an dem Kreuze stund, BWV 621

Da Jesus an dem Kreuze stund,
und Ihm sein Leichnahm ward verwundt,
so gar mit bittren Schmerzen,
die sieben Wort, die Jesus spracht,
betracht’ in deinem Herzen.

Inleidend

Goede Vrijdag is een dag van niet vergeten,
niet willen en niet mogen vergeten
dat Hij die heet ‘onze Redder en Leidsman’,
het kruis gedragen heeft,
gestorven is als een slaaf,
een rechteloze, een verworpene,
alleen omdat Hij heeft bemind,
en zijn liefde niet verraden heeft
voor geld of macht of eigenbaat.
Alleen omdat Hij in woord en daad
beeld wilde zijn van Hem die heet ‘Ik zal er zijn’,
en zo zichtbaar heeft gemaakt
wat onze diepste bestemming is als mens:
er te zijn voor de anderen.
Dit is een dag om niet te vergeten
dat het kruis bij de liefde hoort,
dat precies in dat kruis
de liefde op haar echtheid wordt getoetst.
(Carlos Desoete)

Eerste lezing naar Jesaja 53

Hij is door de mensen veracht en verstoten,
man van smarten door zijn lijden getekend.

Ze hebben Hem mishandeld
en Hij droeg het gelaten,
Hij uitte nauwelijks een klacht.
Als een lam voor zijn scheerders
was Hij met stomheid geslagen.

Hij werd uit het land der levenden gestoten,
als een goddeloze weggewerkt.
Hij die geen onrecht verdroeg
en geen leugen spreken kon.

Het kwaad van de wereld heeft Hem gebroken,
de misdaad heeft Hem gedood.
Met alle zonden op zijn schouders is Hij gestorven.

Door de mensen veracht,
door ons verstoten,
heeft Hij gedaan wat van Hem gevraagd werd,
heeft Hij de wil van God volbracht.

Aldus sprak de profeet Jesaja.

Lied: ‘Agnus Dei’ (I Muvrini)

Agnus Dei
Qui tollis peccata mundi
Dona eis requiem

(Lam van God – Francisco de Zurbarán, 1638)

Overweging

Het kruis is er ook vandaag.
Dat is de mens die lijdend stamelt: waarom?
God, waarom hebt U mij verlaten?
Dat is de mens die roept en vraagt en bidt
om iemand die nabij is en helpt dragen,
maar vaak alleen blijft met zijn zeer.
Dat is de angst die doet verstijven,
eenzaamheid die doet verkillen,
de stem die niet mag spreken.
Dat is het recht ontnomen worden
op waardering en geborgenheid,
op huis en thuis.
Het kruis heeft veel gezichten,
het overkomt je,
het wordt je aangedaan.
Maar het is ook de mens die liefheeft
en aan de liefde trouw blijft,
ook als lijden en dood ermee gemoeid zijn.
Want in het kruis dat mensen dragen,
lijdt Hij, en kijkt ons aan.
Waarom, dat blijft Hij vragen
en aan wiens kant staan wij.
(Carlos Desoete)

Lied: ‘In memoriam’ (Les Choristes – a capella)

Kyrie eleison
Christe eleison
Requiem aeternam
Dona eis domine
Eis domine
Et lux perpetua
Luceat eis
Te decet hymnus Deus
In Sion et tibi reddetur
Vitum in Jerusalem
Jerusalem
Kyrie eleison
Christe eleison
Requiem aeternam
Dona eis domine
Eis domine
Requiem aeternam
Dona eis domine domine
Requiem aeternam

Het lijdensverhaal volgens Johannes

Terwijl Hij nog tot Zijn leerlingen sprak,
kwam een menigte op Hem af, en Judas, één van de twaalf, ging voorop.
Hij liep op Jezus toe en wilde Hem omhelzen.
Maar Jezus sprak tot hem: “Judas, verraad jij de Mensenzoon met een kus?”
Allen die om Hem heen waren, zagen wat er gebeuren ging.
Zij zeiden: “Heer, zullen wij toeslaan met onze zwaarden?”
en één van hen sloeg naar de knecht van de hogepriester
en hieuw hem zijn rechteroor af.
Maar Jezus kwam tussenbeide en zei: “Tot hier, niet verder.”
En Hij raakte zijn oor aan en genas hem.

Toen sprak Jezus tot hen,
die naar Hem toegekomen waren,
de hogepriesters, de oversten van de tempelwacht, de ouderlingen:
“Als tegen een rover zijn jullie er op uitgetrokken met zwaarden en stokken.
Toen Ik dag in dag uit met jullie in de tempel was,
heb je geen hand naar Mij uitgestoken.
Maar nu is het jullie uur,
en het uur van de duisternis.”
Met z’n allen overmeesterden zij Hem,
voerden Hem af,
en brachten Hem in het huis van de hogepriester.
Petrus volgde Hem, op grote afstand.

Lied: Lied van Jezus en Judas – De Judaskus (Stef Bos)

Ik zie de afstand
In jouw ogen
Jij doet alsof ik niet besta
Wij hebben zij aan zij gestreden
Nu staan wij tegenover elkaar

Het is te laat
Om te bepalen
Wie welke fouten
Heeft gemaakt
De rechter heeft zich
Teruggetrokken
En deze zaak
Verjaard verklaard

We hebben elk een kant gekozen
Dat is de prijs van de gewoonte
De val van vanzelfsprekendheid
Jij ziet alleen nog
Wat je zien wilt
Als je naar mij kijkt

Het is misschien
De loop der dingen
Want elk vuur
Wordt ooit geblust
Ik voel hoe wij
Elkaar ontwijken
Wij wachten op
De Judaskus

(De Judaskus – Gustave van de Woestyne, 1937)

Pilatus riep de hogepriesters, de overheden en het volk bijeen,
en zei tot hen:
“Jullie hebben deze Mens bij mij gebracht als iemand
die het volk opruit.
Dus heb ik Hem, in jullie bijzijn, ondervraagd.
Maar ik heb in deze Mens niets kunnen vinden
waarop die beschuldigingen zouden slaan
en Herodes ook niet, want die heeft Hem naar ons teruggestuurd.
Dus: door deze Mens is niets gedaan waarop de doodstraf staat.
Daarom zal ik Hem laten geselen en dan vrijlaten.”
Toen schreeuwden ze:
“Weg met Hem, laat ons Barabbas vrij”.
Die zat in de gevangenis, wegens oproer in de stad en wegens moord.
Opnieuw riep Pilatus hun toe dat hij Jezus vrij wilde laten.
Maar zij riepen daartegenin:
“Kruisig, kruisig Hem.”
Voor de derde keer zei hij tegen hen:
“Maar wat heeft Hij dan voor kwaad gedaan?
Ik heb niets in Hem gevonden waar de doodstraf op staat.
Dus ik zal Hem laten geselen en dan vrijlaten.”
Maar met hard schreeuwen bleven zij eisen
dat Hij zou gekruisigd worden.
De hetze won het pleit:
Pilatus besliste, dat wat zij eisten, gebeuren zou.
De man die in de gevangenis zat wegens oproer en moord,
liet hij vrij, zoals zij geëist hadden.
Maar Jezus leverde hij over aan hun wil.

Lied: O Sacred Head – Acapeldridge (Lyrics by Bernard of Clairvaux, Music by H.L. Hassler)

Zij voerden Hem weg.
En zij grepen iemand, Simon van Cyrene die van de akker kwam,
en zij legden het kruis op hem.
Een menigte mensen liep met Hem mee,
veel vrouwen, die Hem beweenden met groot misbaar.

Nog twee andere misdadigers werden weggevoerd,
om samen met Hem te worden gedood.
En toen zij gekomen waren bij de plaats die Schedel heet,
kruisigden zij hen daar;
de ene rechts, de andere links van Hem.
Eén van hen hoonde Hem:
“Jij bent toch de Messias? Red dan Jezelf en ons.”
Maar de ander ging tegen hem in, verontwaardigd, en zei:
“Jij vreest zelfs God niet,
terwijl je toch net als Hij veroordeeld bent?
En wij terecht, wij krijgen ons verdiende loon.
Maar Hij heeft geen kwaad gedaan.”
Toen zei hij:
“Jezus, denk aan mij als je in je Koninkrijk gekomen bent.”
En Jezus sprak tot hem:
“Vandaag nog, zeg Ik je, vandaag nog,
zal jij met Mij in het paradijs zijn.”

Het was middag,
het zesde uur ongeveer na zonsopgang.
Duisternis viel over heel de aarde.
Dit duurde tot aan het negende uur.
De zon werd verduisterd.
Het voorhangsel in de tempel scheurde middendoor.
En Jezus riep met luide stem:
“Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.”
En, dit roepende, gaf Hij de geest.

Lied: ‘In manus tuas’ (Taizé)

Stiltemoment

We ontsteken een kaarsje bij het kruis bij ons thuis.

Het kruis,
voor ons, christenen,
is dat hét symbool van Jezus’ liefde-voor-de-mens tot het uiterste.

Het is het symbool
dat ons ook leert te geloven in het leven
dat sterker is dan alle dood.
Want het kruis is nooit het einde
niet voor Jezus, niet voor ons.

Overweging

Ook nu zal het lijden van de wereld,
het kruis dat mensen dragen,
een oproep zijn,
een vraag om stil te staan,
om niet voorbij te gaan,
om je te laten raken door het zeer van een ander,
en om in die ander weer zijn vraag te horen:
‘Wie zeg jij dat Ik ben?’
En om antwoord te geven,
vaak onhandig, onbeholpen, zwijgend
omdat je geen woorden vindt,
maar eerlijk en levensecht.
Het kruis waaraan je niet voorbijgaat,
kan ommekeer bewerken.
Je gaat verder als een nieuwe mens.
(Carlos Desoete)

Lied: ‘The Deer’s Cry’ (Arvo Pärt)

Christ with me,
Christ before me,
Christ behind me,
Christ in me,
Christ beneath me,
Christ above me,
Christ on my right,
Christ on my left,
Christ when I lie down,
Christ when I sit down,
Christ in me,
Christ when I arise,
Christ in the heart of every man who thinks of me,
Christ in the mouth of everyone who speaks of me,
Christ in every eye that sees me,
Christ in every ear that hears me,
Christ with me.

(Pietà – Sieger Köder, Kreuzweg)

Jozef van Arimatéa,
die een leerling was van Jezus,
vroeg daarna aan Pilatus
het lichaam van Jezus te mogen wegnemen.
Toen Pilatus dit had toegestaan,
ging hij dus heen en nam het lichaam weg.
Zij wikkelden het met welriekende kruiden in zwachtels,
zoals bij een Joodse begrafenis gebruikelijk is.
Op de plaats waar Hij gekruisigd werd, lag een tuin
en in die tuin een nieuw graf
waarin nog nooit iemand was neergelegd.
Vanwege de voorbereidingsdag van de Joden
en omdat het graf dichtbij was,
legden zij Jezus daarin neer.

Lied: ‘Nearer my God to thee (Sounds like rain)

Bezinning

Neerleggen met zachte doeken
met tedere handen
langzaam, voorzichtig
ter rust leggen
op de plaats waar
niet ‘ons’ leven verder gaat

neerleggen, opbergen, bewaren
om te koesteren
die mens, die herinnering, die liefde
die ons leven gaf

uit handen geven
aan een ruimte
die niet meer de onze is
achterlaten
…laten…

ooit
zal de mens uit dit lichaam
in ons
verrijzen
(Ida Guetens)

Oorspronkelijke titel: Stricken, smitten, and afflicted. Tekst: Thomas Kelly (1804),
D.P. Muziek: Geistlicher Volkslieder (1850). Nederlandse tekst: Harold ten Cate

De teksten werden ontleend aan Dominicanen Schilde-Bergen, Dionysiusparochie.nl, Carlos Desoete
Uitgelichte afbeelding: Le Christ détaché de la Croix, Artiste inconnu, Louvre, Paris