Onlangs brachten we een bezoek aan een bijzondere plek: het Prinselijk Begijnhof De Wijngaard te Brugge. Samen met onze conferentie, waar zowel diaken Rudy als ikzelf deel van uitmaken, en natuurlijk onze nieuwe deken, bezochten we oud-deken Antoon. Dit bezoek is een traditie die we in ere houden. Wij waren de laatste conferentie die hem dit jaar bezocht, nadat ook andere conferenties eerder langs waren geweest.
Antoon Wullepit ontving ons hartelijk in de rectorij, het gebouw naast de kerk waar hij nu woont. Hij vertelde uitgebreid over de rijke geschiedenis van dit unieke, besloten hof, dat dagelijks om 18.30 uur de deuren sluit. Traditioneel mogen hier enkel vrouwen verblijven, met uitzondering van de pastoor. Voor even genoten ook wij van dit privilege.
Het begijnhof, dat tweemaal tot het UNESCO-werelderfgoed behoort – zowel als onderdeel van de historische binnenstad van Brugge als in de categorie van de Vlaamse en Europese begijnhoven – is het enige bewaarde begijnhof in Brugge. Hoewel er geen begijnen meer zijn, wonen er nog vier zusters van de congregatie die in 1927 ter plaatse werd gesticht, aangevuld met drie Rwandese zusters uit de congregatie van Lendelede.

De geschiedenis van het begijnhof en de actuele situatie zijn gedocumenteerd in het binnenhof van een van de begijnenhuizen bij de poort, waar de spreuk Sauve Garde prijkt. Dit betekent dat het begijnhof vroeger een asielplaats was onder de bescherming van de gravin van Vlaanderen en later de hertogen van Bourgondië. Zelfs dieven konden hier niet zomaar door de politie worden opgepakt. Het beeld van de Heilige Elisabeth van Hongarije, patrones van de begijnen, dat de ingang siert, wordt momenteel gerestaureerd door de Brugge Foundation en blijkt van grote historische waarde te zijn.
De huidige congregatie werd gesticht door kanunnik Rodolphe Hoornaert, die een nieuwe impuls gaf aan een gemeenschap die op sterven na dood was, maar al voor 1240 vestigde een groep vrome vrouwen zich op het domein ‘De Wijngaard’, waarschijnlijk vernoemd naar laaggelegen grasland. De begijnen waren op veel plaatsen in Brugge te vinden vanaf 1225. We hoorden het intrigerende verhaal dat de oorspronkelijke begijnen mogelijk betrokken waren bij het nabijgelegen Sint-Janshospitaal en dat de weiden tot aan het huidige station werden gebruikt voor het bleken en drogen van lakens.
De stichting van het begijnhof gebeurde onder het gezag van gravin Margaretha II van Constantinopel in 1242 en werd in 1245 als zelfstandige parochie erkend met dus een pastoor. In 1299 kwam het onder het directe gezag van de Franse koning Filips de Schone en kreeg het de titel ‘Prinselijk Begijnhof’. Dit privilege bleef behouden onder de latere graven van Vlaanderen en hertogen van Bourgondië. Vanaf 1300 werd het begijnhof bestuurd door een definitieve regel, na eerdere voorlopige statuten. De geschiedenis kende hoogte- en dieptepunten, waaronder een verwoestende brand, de calvinistische periode in Brugge en de Franse Revolutie, die het begijnhof tot overheidsbezit maakte. De begijnen overleefden door als bejaardenhelpers te werken in dienst van de overheid, maar verloren al hun eigendommen.
In de twintigste eeuw slonk de gemeenschap tot enkele hoogbejaarde begijnen. Geneviève de Limon Triest, lid van een adellijke Gentse familie, was de laatste grootjuffrouw en richtte samen met kanunnik Hoornaert de congregatie van Dochters van de Kerk op. Deze nieuwe gemeenschap combineerde een monastiek leven met liturgische activiteiten. Vandaag is dit nog steeds merkbaar in onder meer de winkel waar religieuze artikelen en liturgische boeken worden verkocht. Leegstaande begijnenhuizen werden gerestaureerd en verhuurd aan alleenstaande dames.
In 1974 droeg het OCMW de eigendom van het begijnhof over aan de stad Brugge, wat een stabielere basis bood voor de noodzakelijke restauratiewerken. Tegenwoordig huurt de vzw Camino de kerk, het rectoraat en het klooster van de stad en beheert zij de onroerende en roerende goederen van de zusters van De Wijngaard.

Zuster Stefanie gaf ons een unieke inkijk in deze verborgen wereld: we bezochten de kapittelzaal, de privékapel van de zusters, de serene meditatietuin, zagen kunstig smeedwerk en zelfs de historische bibliotheek met oude boeken. Ze vertelde ons ook over de Heilige Alexis, een man die vrijwillig in armoede leefde als clochard onder een trap en pas na zijn dood als adellijk werd herkend. Zijn verhaal illustreert hoe iemand uit liefde voor God alles achterliet.
Na deze inspirerende rondleiding genoten we van een heerlijke maaltijd bij Antoon in het rectorhuis. Binnenkort starten de festiviteiten rond 800 jaar Begijnhof Brugge, met een rijk programma vol concerten, optredens en zelfs een acrobatenact in de bomen van het binnenplein! Ook wordt er een processie georganiseerd als eerbetoon aan het religieuze karakter van de site, waaraan Antoon zal meewerken.
Dit bezoek bracht het begijnhof voor ons écht tot leven, niet alleen door de tastbare historische sporen, maar vooral door de getuigenissen van oud-deken Antoon en zuster Stefanie. Een unieke ervaring om te koesteren!
(priester Nikolaas)

