We weten wel dat er een enorme ongelijkheid bestaat tussen mensen: een kleine groep vermeerdert elke dag zijn rijkdom, terwijl massa’s mensen het allernoodzakelijkste moeten missen. Het is een kloof die alsmaar dieper gaapt. We kunnen er onze ogen voor sluiten, maar deze ontkenning zal ons geen rust en zeker geen toekomst geven. En ondertussen zucht en kreunt de aarde onder onze al te zware voetafdruk.
Het is nu het moment om daar iets aan te doen. Om een knooppunt van hoop te worden. Uitstellen maakt het alleen maar rampzaliger. De profeet Amos zegt het ons onverbloemd. Het evangelie zet het in het sprekende beeld van de rijke tegenover de arme Lazarus. Die diepe kloof moet overbrugd worden.

Lezingen van deze zondag
https://dionysiusparochie.nl/lectionaria/deel-c-door-het-jaar/26e-zondag-door-het-jaar-c

“Ik wil opmerken dat er vaak geen duidelijk besef is van de problemen die vooral de uitgestotenen treffen. (…/…) Dit is te wijten aan het feit dat vele professionelen, opiniemakers, communicatiemedia en machtscentra zich ver van hen bevinden, in afgesloten stadszones, zonder direct contact te hebben met de problemen van die mensen. Ze leven en werken vanuit een comfortabele situatie en een levenskwaliteit waar de meerderheid van de wereldbevolking geen toegang toe heeft.” (Laudato Si’ 49)
We moeten zowel de schreeuw van de aarde als die van de arme horen, zegt Laudato Si’, enkele zinnen verder dan het citaat dat we vandaag kozen. Dat de armoedekloof veel te maken heeft met het onvermogen om die dubbele schreeuw te horen, lezen we ook in de lezingen van vandaag. De rijke man uit het Lucasevangelie hoort tijdens het uitbundig consumeren de schreeuw van de arme Lazarus niet. Zo te horen, is de kans klein dat zijn vijf broers dat wél zullen doen. Ook zij hebben geen voeling met de problemen van de uitgestotenen. Wellicht “leven en werken ze vanuit een comfortabele situatie en een levenskwaliteit waar de meerderheid van de wereldbevolking geen toegang toe heeft”.
De oproep van de lezingen is dus, om in ons leven en onze werkingen die comfortzone te verlaten, midden in de realiteit te staan, als bondgenoot van de armen en van het bedreigde biodiverse leven op aarde.
Bezinningstekst: ‘De kloof overbruggen’
Het is erg dat ik het moet zeggen:
ik raakte er aan gewend, aan de beelden van
oorlog, honger, mensen op de vlucht,
de rampen die nu al de dreigende toekomst tonen,
ontredderde gemeenschappen, stervende ecosystemen, verdwijnende soorten,
de Lazarussen die met zweren overdekt aan onze drempels liggen…
Ze raakten me niet echt aan. Het waren beelden op mijn scherm,
miserie achter het beveiligd glas van mijn TV, laptop en smartphone.
En ik dacht dat ik er mee leven kon:
de kleine groep allerrijksten alsmaar rijker,
de kloof met de allerarmsten steeds groter,
en ik daar ergens tussenin.
Mijn eigen huis staat nog recht.
Ik kan mijn eigen kleine leventje nog verder leiden,
en vrolijk meedoen met het grote consumptiefeest,
ook al eten we met zijn allen ‘de lammeren en de kalveren’ op,
de toekomst van de kudde, het voedsel van wie na ons komt.
Maar het klopte niet. Ik voelde me droevig, onteigend,
afgesneden van het leven, weggevoerd naar een dodenrijk.
Roep mij, God, telkens weer,
met de woorden van profetische stemmen van vroeger en nu.
De woorden die je tot de rijke sprak:
“Er hoeft niemand uit de doden terug te keren
om te vertellen wat je al weet.
De kloof, die we tijdens ons leven niet hebben overbrugd,
zal ons eeuwig scheiden van elkaar.”
Maak dat ik niet moet zeggen: ‘Had ik maar geluisterd!’
Lied: Aarde (Boudewijn De Groot)
Want de aarde is een beetje dom
Die kan alleen maar draaien
Ze heeft geen weet van achterklap
En ritselen en graaien
Want de aarde is vaak wat naïef
De mens is onbehouwen
Maar zij blijft vol vertrouwen
De aarde is te lief
Toch als het haar teveel wordt
Begint ze woest te koken
En zal ze ons bestoken
Met cholera en pest
Met noodweer en met rampen
Mеt gif en zwaveldampen
Mеt bevingen en branden
Zal zij de mensheid kwellen
En onze doden tellen
Is alles wat ons rest
De aarde is de zachtheid zelf
Terwijl ze verder dommelt
Ze heeft geen weet van politiek
En religieus gerommel
De aarde is heel lief en zoet
Terwijl de mens zich mateloos uitleeft
Geen eerbied en respect heeft
De aarde is te goed
Toch als het haar teveel wordt
Bestraft ze onze gekte
Met hagel en insecten
Wordt onze oogst verpest
Met meer dan zeven plagen
Zal zij de mens belagen
Want zonder mededogen
Zal zij haar oordeel vellen
En onze doden tellen
Is alles wat ons rest
Maar als de eeuwen zijn vervlogen
Miljarden jaren voorbij gegaan
Dan zakt de laatste mens ter aarde
Als eenzaam monster zonder waarde
En blijft de aarde tot in eeuwigheid bestaan
Want de aarde is een beetje dom
Weet niets van menselijk leven
Dus laat haar met rust
Laat haar gewoon
Wat door de ruimte zweven

