Grondtoon 2025-2026 – Pelgrims van hoop

Op 24 december 2024 heeft paus Franciscus de Heilige Deur geopend in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Dit gebeurde niet toevallig op kerstavond. Met Kerstmis vieren en verkondigen we de Menswording van God. De Blijde Boodschap heeft zich geopenbaard op aarde en is onder ons komen wonen. De Zoon van God opent zo voor ons de deur van hoop voor de mensheid. De Heiige Deur is een uitnodiging om als pelgrims op weg te gaan en in te gaan op deze roep.

(Lees verder onder de foto)

Paus Franciscus opent de Heilige Deur van de Sint-Pietersbasiliek op kerstavond 2024. © KNA

Gebed van een pelgrim

Het ritueel van deze opening begon met het bidden van psalm 122. Deze psalm vat in een notendop samen waar het in een Jubeljaar om draait. Door het bidden van psalmen weten we ons verbonden met een lange traditie van gelovigen die deze woorden gebeden hebben: van het Joodse volk dat optrok naar de tempel in Jeruzalem tot bedevaarders naar Rome. Maar ook met alle monniken en monialen die al eeuwenlang psalmen bidden, zonder letterlijk op tocht te gaan. Pelgrimeren betekent niet enkel fysiek op weg gaan, maar ook het hart hebben van een pelgrim: een open houding, ontvankelijk voor de ontmoeting met God en de ander.

(Lees verder onder de foto)

Vreugde, eenheid, vrede

In drie etappes gaan we door de psalm. We geven in eerste instantie wat verduidelijking bij de psalm. Zo worden we ook vertrouwd met het taalgebruik. Een psalm vertrekt immers van het concrete leven. Het is een gebed dat opwelt uit het dagelijkse leven en de concrete belevenis en niet uit religieuze gedachtenspinsels of zweverige ervaringen.

VREUGDE

Een pelgrimslied van David.

Verheugd was ik toen men mij zei:
‘Wij gaan naar het huis van de Heer.’
En nu staan onze voeten
binnen je poorten, Jeruzalem.

Psalm 122 behoort tot de reeks van vijftien pelgrimsliederen, die vermoedelijk gezongen werden door Israëlieten die naar Jeruzalem trokken voor een van de grote feesten. In de vorige psalm (Ps 121) is de pelgrim alleen op weg en trekt hij op naar de Heer, waarbij hij zijn hoop vestigt op God. De psalm verzekert dat God waakt en beschermt tegen alle kwaad, zowel overdag als ’s nachts, en dat Hij de pelgrim bewaart bij zijn vertrek en aankomst.

Merk op dat bij deze psalm de ‘ik’ verandert in een ‘wij’. Een pelgrimstocht is niet alleen in beweging komen, maar ook een samenkomen. Het is een tijd om los te komen van de eigen positie en naar elkaar toe te gaan. Waar de vorige psalm nog spreekt over verlangen en zoeken, wordt de zoekende, twijfelende, Godvrezende pelgrim in deze psalm vervuld van vreugde! Waarom? ‘Wij gaan naar het huis van de Heer!’! Het Joodse volk keert terug naar Jeruzalem, naar de Tempel, naar Gods woonplaats op aarde. Na een lange tocht staat de pelgrim, in gemeenschap, eindelijk binnen de stadspoorten van Jeruzalem. Een pelgrimage is dus ook een tijd van vervuld verlangen en van gefundeerde hoop die ons vernieuwt.

EENHEID

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.
Daar trekken de stammen naartoe,
de stammen van de Heer,

om Israëls plicht te vervullen,
te prijzen de naam van de Heer.
Daar zetelt het gerecht,
daar troont het huis van David.

De pelgrim is aangekomen op zijn bestemming: Jeruzalem. Wat doet de pelgrim daar? God loven! Waarin ligt de lotsbestemming van het Joodse volk? Loven en danken van de Heer. Dit is fundamenteel. Het Oude Testament staat vol van momenten waarin het Joodse volk deze opdracht vergeet. Wanneer het Joodse volk vergeet God te loven, vervalt het in verdeeldheid en ongeloof. Niet zelden wordt het volk dan ook bedreigd door vijanden van binnen- en buitenaf.

God loven is van groot belang en schept eenheid. Een gelovige gemeenschap, hoe verdeeld ook, wordt één wanneer ze begint te bidden en te zingen. Ze loven God als vanuit één tong en zelfs hun ademhaling loopt gelijk. De bestemming van de pelgrim is dus het toezingen van Gods lof.  

Die eenheid wordt ook door de psalmist benoemd. De stad Jeruzalem wordt beschreven als ‘hecht en dicht opeen gebouwd’.Het Joodse volk, verdeeld over 12 stammen, lag regelmatig onderling in conflict. Maar hier worden ze één: in de stad staan ze dicht opeen. Het verdeelde volk wordt een eenheid. Hoe komt dit? Omdat de stammen niet van zichzelf zijn. Ze hebben hun eigen lot niet in handen. Het is Zijn volk dat Hij verzamelt en één maakt.

In die stad ‘Daar zetelt het gerecht’. Het lijkt een opvallende toevoeging. We krijgen geen uitgebreide beschrijving van de stad. We weten niet wat zich daar allemaal afspeelt. Het enige wat we weten, is dat er rechtspraak is – en dus gerechtigheid. Er kan geen hoop zijn, geen vreugde en geen eenheid als er geen gerechtigheid is. De onderlinge verdeeldheid moet beslecht worden. Zonder gerechtigheid is er geen hoop.

VREDE

Vraag om vrede voor Jeruzalem:
‘Dat rust hebben wie van je houden,
dat vrede heerst binnen je muren
en rust in je vesting.’

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’
Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

De pelgrim was op weg en bereikt de stad waar hij God looft. Nu verandert de toon van de psalm. De lofzang wordt een voorbede. De psalmist durft nu ook iets vragen: vrede. Hij bidt en vraagt om vrede voor Jeruzalem en dus voor het volk van de Heer. Toch is deze lofzang geen voorwendsel om iets los te krijgen. Om vrede – ware vrede – te verkrijgen, moeten er aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De pelgrim moet in beweging komen en optrekken naar de Heer. Hij moet God loven en er moet gerechtigheid zijn. Pas dan, als aan deze voorwaarden is voldaan, kan er vrede komen. Hoewel de pelgrim is aangekomen in de stad van de Heer, heerst daar nog geen vrede. Het is dus niet omdat we bij de Heer zijn en Hem loven, dat vrede ons zomaar gegeven wordt.

Die vrede wordt op twee manieren bereikt. Enerzijds wordt God gesmeekt om vrede. De pelgrim, die vele hindernissen heeft overwonnen, verlangt nu naar rust. Hij vraagt de Heer om vrede in zijn hart. Maar hij vraagt ook om vrede en rust binnen de stadsmuren. Het gehele volk Gods mag dus delen in de vrede en rust. Er zal pas vrede zijn, ook in ons hart, als ze er voor iedereen is.

Anderzijds moet de pelgrim zelf ook over de brug komen! Vrede wenst de pelgrim zijn vrienden en verwanten toe. We krijgen de opdracht om de vrede die we ontvangen hebben ook door te geven. De vrede die we van God ontvangen, mogen we niet enkel voor onszelf houden. We mogen ook bidden voor de ander.

Jaarthemaviering

Dit jaar gaan we verder op weg als pelgrims van hoop. In een volgende bijdrage willen we zeker nog dieper ingaan op wat deze psalm ons vandaag heel concreet kan leren, waartoe we uitgenodigd, opgeroepen worden. Tijdens de jaarthemaviering, zondag 28 september om 10.00 uur in de St.-Rikierskerk, krijgt u alvast ook een gebedskaart mee naar huis.
(Bron: CCV Brugge)