Mijn pelgrimstocht naar Rome kwam eind november, begin december – volop herfst – opnieuw een flinke stap dichterbij. Deze keer wandelde ik het traject van Siena tot Viterbo – de voorlaatste etappe, want als alles goed gaat hoop ik in het voorjaar van 2026 eindelijk de Eeuwige Stad te bereiken.
De tocht begon regenachtig. Twee dagen lang stapte ik onder een grijze hemel, maar daarna brak de zon door en kleurde het landschap opnieuw warm en uitnodigend. Ik verbleef deze keer in de heuvels rond het meer van Bolsena, in Acquapendente, een minder bekende maar bijzonder mooie streek in het noorden van Latium, net onder het meer toeristische Toscane. De stilte, de golvende heuvels en het zicht op het kratermeer vormden een prachtige achtergrond voor mijn pelgrimspad.
(Lees verder onder de foto)

Er viel onderweg heel wat te ontdekken. Zo maakte ik kennis met plaatsen die in het verleden pauselijke residenties of verblijfplaatsen waren, zoals het charmante Montefiascone en het indrukwekkende Viterbo met zijn middeleeuwse pauselijke paleis. Ik ontmoette feeërieke plaatsen zoals Radicofani, die hoog gelegen het hele dal trotseerden. Ik at heerlijke Pizzi, een plaatselijke vorm van pasta, zeg maar een dikkere vorm van spaghetti. Ook aan klimwerk geen gebrek: al vroeg in de tocht ging het stevig omhoog naar de Piazza del Campo in Siena, waar de beroemde wielerwedstrijd Strade Bianche finisht. Maar van die ‘witte wegen’ zag ik niet veel – mijn route liep vooral langs landelijke paden, tussen olijfbomen, wijngaarden en stille dorpen.
Praktisch gezien werd de bus deze keer mijn trouwe compagnon: elke ochtend bracht die me naar het startpunt van de dag, en ’s avonds weer terug naar mijn verblijf in de heuvels. Het gaf een fijn ritme aan de tocht, hoewel soms met wat stress, want soms was er maar één bus per dag en moest ik die op tijd halen. De bustochten lieten me onderweg nog meer van de streek zien.
(Lees verder onder de foto)

Een bijzonder spiritueel moment beleefde ik in Bolsena, waar de beroemde eucharistische wonderlegende uit de 13de eeuw wordt herdacht. Volgens de overlevering twijfelde een priester, Pieter van Praag, tijdens de mis aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de hostie. Hij kwam toen net terug van een bedevaart naar Rome en wilde graag de mis vieren. Toen hij het Lichaam van de Heer brak, zou die zijn gaan bloeden. De bloedvlekken kwamen terecht op het corporale en zelfs op de stenen van het altaar. Deze gebeurtenis leidde later tot het Feest van Sacramentsdag en maakte Bolsena tot een belangrijk bedevaartsoord. Het raakte me om daar even stil te worden en te bidden, op een plek waar eeuwenlang gelovigen troost en bevestiging hebben gezocht.
Ook Montefiascone heeft zijn eigen verhaal, maar dan een vrolijker: dat van Est! Est!! Est!!!. Volgens de traditie stuurde een Duitse bisschop zijn knecht op voorhand vooruit tijdens een reis naar Rome, met de opdracht goede wijnhuizen te markeren met het woord Est (“het is goed”). Toen de knecht in Montefiascone de lokale wijn proefde, was hij zo onder de indruk dat hij drie keer Est! op de deur schreef. De bisschop moest dat geweten hebben: hij bleef er zo lang genieten dat hij er uiteindelijk overleed. Tot vandaag wordt deze lichte, geurige witte wijn met een glimlach aan die legende verbonden.
(Lees verder onder de foto)

Na negen dagen van wandelen, nieuwe inzichten, ontmoetingen en stille gebeden nam ik het vliegtuig terug naar huis. Tot mijn verrassing was het bij aankomst ook hier stralend weer – alsof de zon een stukje was meegevlogen.
Met nog één reis van 5 etappes te gaan groeit het verlangen naar Rome. Maar evenzeer geniet ik van elke stap onderweg: de schoonheid, de eenvoud, de tradities, de stilte en de diepe verbondenheid met God die in het pelgrimeren steeds opnieuw tastbaar wordt.
(priester Nikolaas)
