Op donderdag 18 juni 7.30 uur vertrokken we met Samana richting Kortrijk. De 52 deelnemers waren mooi op tijd zodat we om 9.15 uur in ‘Kaffee Damast’ aankwamen voor koffie en een boterkoek. Na het ontbijt werden we in twee groepen verdeeld en bezochten we onder begeleiding van een gids het ‘Texture’, het museum van vlas en textiel. Het museum is een authentiek vlasverzendhuis van 1912. Het vertelt het verhaal van linnen en vlas, de actuele toepassingen, het vakmanschap van vroeger en nu, de vlasnijverheid. Als reactie op de landbouwcrisis legden de Zuid-West-Vlaamse boerenzonen zich toe op de bewerking van vlas. De vlasnijverheid bracht welvaart in de streek en zette Kortrijk in de 19e eeuw op de wereldkaart. De nabijheid van de Leie en de Mandel waren ideaal voor het roten (vezels laten loskomen in stromend water). We maakten kennis met het roten, zwingelarijen, vlassershuisjes en vele vlaswerktuigen. We bewonderden in de schatkamer de schitterende damasten, kant, handwerk en fijne weefsels die de textielcollectie rijk is. De vlasplant is zowel de basis voor linnen als voor de dollarbiljetten.
Om 12.00 uur nuttigden we het middagmaal in bistro ‘Kaffee Damast’: soep, orloffgebraad en dame-blanche. Om 14.30 uur brachten we een tweede bezoek, dit keer in de O.-L.-Vrouwekerk, nl. ‘1302’, een betoverend klank- en lichtspel over de bloei van het Graafschap Vlaanderen en de Guldensporenslag. We beleefden de dag alsof we er zelf bij waren: een Vlaams leger van boeren en ambachtslieden versloegen bij Kortrijk het machtige Franse ridderleger. Om vriend van vijand te onderscheiden lieten ze de Fransen de uitspraak ‘schild en vriend’ gebruiken. Deze dag vormde het hoogtepunt van de Vlaamse Opstand als gevolg van schaarste en hongersnood onder de regering van de Franse koning Filips de Vierde.
Om 16.30 uur keerden we huiswaarts, ’t is te zeggen naar het Hoevehotel Ter Haeghe in Gistel om de dag af te sluiten met een rijkelijk gevulde broodmaaltijd. Om 19.00 uur werd iedereen weer netjes ‘afgeleverd’, tevreden over de voorbije dag.
(Rita Vanhaelst)



