Franciscus stierf wellicht in de late avond van 3 oktober 1226. Maar 4 oktober werd zijn gedenkdag. Dit jaar is het dan 800 jaar geleden dat één van onze grootste – zoniet dé grootste heilige – stierf. Zijn dood is betekenisvol omdat Franciscus stervende eens te meer duidelijk maakte waar het voor ons christenen op aan komt: ‘afsterven’ aan onszelf, tijdens ons leven ons ‘ik’, ons ‘ego’ laten sterven om een nieuw en een vol leven te kunnen leiden.

“nu het echte leven zo heel dichtbij was…”
In de eerste levensbeschrijving van de heilige Franciscus door Thomas van Celano (1200-1260) lezen we dat Franciscus helemaal niet bang was voor de dood, zijn stervensuur beschouwde als de nabijheid van het echte leven, broeders het Zonnelied liet zingen, vroeg om een passage uit de afscheidsrede van Jezus in het Johannesevangelie voor te lezen, hem naakt op een habijt te leggen en met as te bestrooien. En verder: “Er terwijl ze eerbiedig stonden te wachten op zijn zalig afsterven en de voltooiing van zijn zalig leven, steeg zijn zeer heilige ziel, zich losmakend uit zijn lichaam, op in een grondeloze zee van eeuwig Licht. Zijn lichaam gleed uit het leven weg en hij ontsliep in de Heer. Eén van de broeders, een leerling van de heilige, een zeer bekend man, heeft de ziel van de heilige Vader in een rechte baan over een zee van wolken heen ten hemel zien stijgen. Zijn naam meen ik te moeten verzwijgen.” Thomas van Celano vermeldt dit ook in zijn tweede levensbeschrijving, waarin het sterven van de heilige uitgebreider en met meer dramatiek beschreven wordt en ook meer ‘laatste woorden’ van Franciscus genoteerd staan. En het laatste woord dat we er dan lezen luidt: “Wanneer jullie zien, dat ik stervend ben, leg me dan weer naakt op de grond, zoals jullie dat eergisteren gezien hebben, en laat me na mijn afsterven nog zolang liggen, als iemand nodig heeft om zonder haast een mijl af te leggen.” Thomas van Celano maakt ook melding van veel wondere gebeurtenissen en mirakels na het sterven van de Poverello. Bonaventura (1224-1271) vertelt in zijn levensbeschrijving dat een zwerm leeuweriken, op het moment dat de heilige stierf, lange tijd boven de plaats van zijn afsterven met ongewone jubel bleven rondvliegen. Maar dat konden ook gierzwaluwen zijn…

Zuster dood
In zijn Zonnelied noemt Franciscus de dood ‘zuster’: “Geloofd bent U, mijn Heer, door zuster onze lichamelijke dood, waaraan geen levend wezen ontkomen kan.” Verder komt het thema van de dood weinig voor in de geschriften van de heilige.
Ars moriendi: de kunst van het sterven
In 1408 schreef de Parijse theoloog en mysticus Jean de Gerson (1363-1429) een boekje getiteld De arte moriendi (Over de kunst van het sterven), waarin hij voorhield hoe men zich het best op de dood kon voorbereiden, zo, dat men in vrede kon sterven. Dat betekende in ieder geval verzoend met God en medemensen, berouwd tonend over begane zonden, stichtende woorden sprekend tot nabestaanden en het lijden geduldig dragend. De dood diende voorbeeldig te zijn.
In de late middeleeuwen, een tijd waarin de pest de dood tot dagelijkse werkelijkheid maakte, verschenen heel wat boekjes die de ars moriendi als thema en titel hadden.
Maar de ars moriendi werd ook bij mystici aan de ars vivendi, de kunst van het leven, gekoppeld. Leren sterven betekent, een voortdurende oefening in het afsterven aan zichzelf in gebed en dienstbare liefde, waarbij men niet meer op zichzelf gericht leeft, maar op God en de medemens. Zo’n levenswijze was in ieder geval bij Franciscus van Assisi te bespeuren en hij zal daarbij ongetwijfeld het woord van Jezus herinnerd hebben: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden.” (Marcus 8, 34-35). Karl von Dürckheim, een Duitse psychotherapeut en Zenleraar, maakt in zijn boek ‘Meditatie. Doel en weg’ duidelijk dat de grote levenswet als volgt samen te vatten is: ‘Sterf en wordt!’ Hij heeft het over het laten afsterven van het onware ik (bij Thomas Keating en andere auteurs vaak aangeduid als het “false self”) om tot eenheid met het ware zelf, het diepste zelf en God te komen. Dat onware ik is de persoonlijkheid die we menen te moeten opbouwen om iemand te zijn, om een identiteit te hebben, om waardering en erkenning te genieten. Bij von Dürkheim heet dat het ‘wereld-ik’. Het houdt ons gevangen in een zoeken naar zin en betekenis. Dit afsterven echter beschouwen als een totaal tenietdoen van het individu als de hoogste vorm van mystiek zou dan echter wel eens een ontsporing van spiritualiteit kunnen betekenen.
Foto: graf van St.Franciscus, Assisi

(pastoor Dirk Masschelein, Oostende-Mariakerke)
Gebed van paus Leo XIV n.a.v. het sterven van Franciscus van Assisi 800 jaar geleden

Sint Franciscus, onze broeder,
u die achthonderd jaar geleden de Dood tegemoet ging als een man in vrede,
bid voor ons bij de Heer.
U herkende de ware vrede in het kruisbeeld van San Damiano.
Leer ons in Hem de bron van alle verzoening te zoeken, die elke muur afbreekt.
U die ongewapend de linies van oorlog en misverstand overstak,
geef ons de moed om bruggen te bouwen, waar de wereld grenzen opwerpt.
In deze tijd van conflict en verdeeldheid, bid voor ons,
opdat wij vredestichters mogen worden:
ongewapende en ontwapenende getuigen van de vrede die van Christus komt.
Amen.
