Wat doen we met religieuze voorwerpen die niet meer gebruikt worden?

In vele kerken, kapellen en ook in onze huizen of bij een opruiming vinden we ze: gewijde of religieuze voorwerpen die hun plaats of functie verloren hebben. Een kelk die niet meer gebruikt wordt, een versleten misboek, een kruisbeeld dat van de muur gehaald werd, een rozenkrans die stuk is, een Mariabeeld uit grootmoeders kamer, een schilderij van een heilige dat niemand nog wil ophangen…
Wat doe je met zulke dingen? Weggooien voelt oneerbiedig, maar ze zomaar bijhouden of op zolder zetten is ook niet altijd de juiste oplossing.

Het eerste onderscheid dat we moeten maken is of een voorwerp gezegend/gewijd werd of niet. Voor Marc Vandamme die vanuit het bisdom als vrijwilliger verantwoordelijk is voor kerkelijk erfgoed is het duidelijk: voor de meeste voorwerpen is dit niet het geval. Deze voorwerpen kunnen zonder probleem een nieuwe bestemming krijgen: hergebruik, recyclage of indien het niet anders kan – bijvoorbeeld bij onherstelbare slijtage – meegeven in de afvalverwerking.

Van gewijd naar profaan gebruik

Wanneer een voorwerp ooit gewijd of gezegend werd, is dit een ander verhaal. Dan werd het in zekere zin ‘afgezonderd’ voor het gebed of de eredienst. Soms vervulde het ook een bijgelovige functie. Het voorwerp werd in dat opzicht belangrijker dan het geloof waar het symbool voor stond. De kerk is hierover duidelijk: enkel God dient aanbeden te worden, niet de afbeeldingen van Jezus, Maria of de heiligen. Zij kunnen wel vereerd worden, maar in een geest van geloof en met het besef dat zij verwijzen naar God.

Gewijde voorwerpen gebruiken we hoe dan ook niet zomaar als gewoon gebruiksvoorwerpen. Toch kan zo’n voorwerp ook ‘herleid worden tot profaan gebruik’, zoals dat in de kerkelijke taal heet. Dat gebeurt wanneer men vaststelt dat het voorwerp zijn oorspronkelijke bestemming niet langer vervult. Soms gebeurt dat vanzelf, bijvoorbeeld wanneer iets beschadigd of duidelijk afgedankt is. In andere gevallen kan men dit bewust doen, bijvoorbeeld door een kort gebed uit te spreken. Dit hoeft ook niet door een priester te gebeuren. “Heer, wij danken U voor wat dit voorwerp betekend heeft. Het heeft ons geholpen om U te zoeken en te loven. Nu geven wij het in vrede vrij voor ander gebruik.” Zo’n eenvoudig ritueel moment helpt om met eerbied los te laten wat zijn dienst heeft gedaan.

Wat kan men er dan mee doen?

Sommige liturgische voorwerpen kunnen een nieuw leven krijgen of respectvol terzijde worden geschoven, bv.:
– een kelk of ciborie kan via het bisdom of de kerkfabriek aan de plaatselijke of een andere parochie worden geschonken. Soms worden deze kelken ook meegegeven aan zusters of paters die missionaris zijn. Een mooie herbestemming.
– kandelaars of beelden kunnen misschien na overleg terecht in een gebedsruimte, een kapel of een rusthuis.
– een oud missaal of lectionarium kan respectvol worden verbrand of begraven, niet bij het gewone afval.

En wat met kruisbeelden of religieuze schilderijen die thuis bewaard worden? Soms komt het moment waarop kinderen of kleinkinderen geen plaats of band meer voelen met die erfstukken. Ook dan kan men er best met eerbied omgaan, bv.:
– beelden of kruisbeelden kunnen worden aangeboden aan de parochie, het klooster of het bisdom — soms zoekt men net zulke voorwerpen voor een andere kerkruimte.
– als er geen nieuwe bestemming is, kunnen ze ook een plaats krijgen in een stille hoek van de tuin, of — indien echt versleten — worden begraven, als teken van respect.
– wie het beeld of schilderij toch wil bewaren, kan het ook als erfgoed zien: een stukje familiegeschiedenis dat vertelt hoe geloof vroeger beleefd werd.

Wat zeker níet de bedoeling is, is dat zulke voorwerpen zomaar voor de deur van een kapel, van een kerk, in de sacristie of op de trappen van de pastorie worden achtergelaten. Dat gebeurt helaas wel eens uit goede bedoelingen, maar zonder overleg. Toch is dat een vorm van sluikstorten — het legt een last bij de parochie en het toont weinig eerbied voor de voorwerpen zelf. Wie iets wil schenken of afstaan, neemt dus best altijd vooraf contact op met de pastoor of de parochieploeg. Zo kan samen bekeken worden wat een goede bestemming kan zijn.

Erfgoed of niet?

Veel religieuze objecten hebben niet alleen een geloofsbetekenis, maar ook een culturele en historische waarde. Ze vertellen het verhaal van onze voorouders, van hun geloof en hun dagelijkse leven.

Daarom is het goed om vóór het wegdoen of weggeven te overleggen met de parochieploeg, de kerkfabriek of de bevoegde persoon van het bisdom. Niet alles hoeft bewaard te blijven, maar wat echt representatief is voor onze lokale geschiedenis — een uniek beeld, een oude vaandel, een bijzonder schilderij — verdient zorg en bescherming. Soms volstaat een goede registratie of foto, soms krijgt het object zelf een veilige plaats in de plaatselijke kerk of een depot. Zo blijft het geloofsverhaal dat erin besloten ligt ook voor volgende generaties zichtbaar.

Een zorgvuldige houding

Omgaan met gewijde of religieuze voorwerpen vraagt onderscheiding én respect. Ze zijn niet zomaar dingen, maar stille getuigen van gebed, liefde, hoop en overgave. Ze hebben ooit mensen geholpen om dichter bij God te komen. Door er zorgvuldig mee om te gaan — of we ze nu bewaren, schenken of in vrede loslaten — tonen we eerbied voor het geloof van wie ons zijn voorgegaan. En misschien is dat wel de mooiste vorm van bewaren: dat hun geloof ook in ons blijft doorleven, in dankbaarheid voor wat was.
(priester Nikolaas)