EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT – ‘Hoop dat het Licht zal komen’

In de donkere dagen voor Kerstmis, hopen we dat het Licht zal komen. Maar het is geen passief wachten. We laten ons aansteken door het Licht en voelen ons geroepen om onze verantwoordelijkheid op te nemen en onze talenten in te zetten.

Week na week steken we in deze advent een kaars aan. Een kaars die vertelt over ‘hoop’. Hoop op een kleine twijg die een nieuwe lente aankondigt. Hoop op een daad van solidariteit voor de mens in nood. Hoop op een medemens die blijft geloven in vrede. Hoop op een samenleving waar iedereen meetelt.
Vandaag steken we de eerste kaars aan. Ze wil in ieder van ons die hoop aanwakkeren.
Bidden we bij dit gebaar:

God naar wie wij verlangen,
met het aansteken van de adventskaars vragen wij:
mogen wij hoopvolle, aanstekelijke mensen zijn
en het steeds meer worden.
Mag het licht ons aansteken
tot geloof in het goede,
tot daden van solidariteit voor wie het moeilijk heeft.
We vragen het U,
samen met allen die zich engageren voor Welzijnszorg,
samen met allen die uitkijken naar de komst
van Jezus, uw Zoon, ons Voorbeeld.
Amen.

Onze gidsen in deze advent zijn Jesaja en Matteüs. Doorheen de lezingen is er een duidelijke rode draad, nl. de hoop dat alles beter wordt. Is deze hoop op vandaag realistisch? Durven we, mogen we nog hopen? Is het al dan niet naïef te blijven hopen op een betere toekomst voor iedereen? Met deze vragen sluiten we aan bij het Jubeljaar waarin we als Pelgrims van Hoop onderweg zijn.

Wees waakzaam

Op deze eerste zondag klinkt Jesaja hoopvol: ooit, op het einde der dagen, komt het goed. ‘Huis van Jacob, kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer’. Huis van Jacob, dat zijn wij, wij moeten niet zitten wachten tot alles goed komt. We moeten ons vandaag laten aansteken door het licht van de adventskrans en – waar we kunnen en met de talenten die we hebben – ‘zwaarden omsmeden tot ploegijzers’. Wij, kinderen van het licht genoemd, wij willen/kunnen mogelijkheden scheppen voor mensen in armoede. Zo groeit ook voor hen de hoop op een betere toekomst.

Jezus’ woorden in het evangelie klinken hard: ‘de één wordt meegenomen, de ander wordt achtergelaten’. Waarom overkomt het de ene wel en de andere niet? Omdat de één doet zoals in de dagen van Noah? Hij doet gewoon verder zonder rekening te houden met de tekenen van de tijd, zonder acht te geven aan oproepen tot solidariteit of zonder engagement voor een betere leefwereld voor iedereen? ‘Wees dus waakzaam’, zegt Jezus, de tijd is aangebroken, de oproep tot solidariteit klinkt nu duidelijker dan ooit.

Wie arm is moet keuzes maken

Dit jaar focust Welzijnszorg op een schrijnend én urgent probleem: gezondheidsongelijkheid, en dit doen ze met de slogan: ‘Wie arm is moet keuzes maken’. Tussen een nieuwe bril voor de dochter en voor jezelf. Tussen groenten en medicijnen. Tussen de huur en een beugel. Tussen een doktersbezoek en een schoolreis. En dat elke dag opnieuw. Niemand zou ooit deze keuzes moeten maken. Armoede tast de gezondheid aan door financiële stress, uitgestelde zorg, een slechte woonkwaliteit en een ongezonde leefomgeving. Mensen in armoede stellen medische zorg noodgedwongen uit, vinden geen arts of kunnen de medicatie niet betalen. Ziekte leidt op zijn beurt tot extra kosten én inkomensverlies. De cirkel is rond: arm maakt ziek, ziek maakt arm. Wat betekent hoop voor wie in armoede leeft en kampt met gezondheidsproblemen?

Samen met de campagne van Welzijnszorg zijn we op weg naar het Feest van het Licht, naar Kerstmis. We krijgen vier weken de tijd om, elk voor zich, uit te zoeken wat deze advent kan betekenen. Wensen we elkaar een innige, sterke, solidaire adventstijd toe.

Hoe goed ben jij met onmogelijke keuzes?

De campagne draait rond de onmogelijke keuzes die mensen in armoede dagelijks moeten maken. We dagen iedereen uit om ook onmogelijke keuzes te maken en schotelen je enkele dilemma’s voor. Verrassend, filosofisch, grappig of confronterend… Laat je uitdagen en kies voor één van beide opties. Maar vooral, praat erover en geef op die manier een stem aan wie vaak ongehoord blijft. Zorg mee dat niemand onmogelijke keuzes moet maken.

Bezinning – alles wat ik wil

al heb ik alles wat ik wil
een wagen en een woning
een plek waar ik ontstress, verstil
een land van melk en honing

een fijne wijk, een toffe tuin
met zicht op veld en bomen
geen kapitaal, geen groot fortuin
maar wel nog genoeg dromen

al heb ik alles wat ik wens
de liefde van mijn leven
en kinderen die me als mens
vaak veel voldoening geven

toch blijf ik zitten met de vraag
die maar niet weg wil ebben
doen we genoeg – ook nu, vandaag –
voor wie het minder hebben

voor wie verweesd is, kansloos, ziek
of aan het leven lijdt
dat heikel puntje van kritiek
raak ik niet zomaar kwijt
(Hilde Van Parys)

Lied bij de lichtritus

Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft,
een vuur dat nooit meer dooft.

(Bron: Taizé)