‘Wie goed kijkt, komt thuis in het wonder’ – Scheppingsperiode 2026

Van 1 september tot 4 oktober (feestdag Sint Franciscus) besteden christenen wereldwijd extra aandacht aan de zorg voor de schepping waarbij de campagne van Ecokerk ons uitnodigt om ook als geloofsgemeenschap even stil te staan bij het wonder van de natuur. 

In zijn boodschap over de zorg voor de schepping herinnert paus Leo XIV eraan dat alle mensen geroepen worden om ‘behoeders van Gods werk te zijn’. Hij nodigt uit tot een innerlijke ommekeer: opnieuw kunnen zien dat de schepping een gave en een wonder is, dat het leven gedragen wordt door liefde, dat ook mensen die liefde uitstralen in tedere zorg voor de aarde, voor de ander en voor onszelf.

Campagne

Met als thema ‘Wie goed kijkt, komt thuis in het wonder’ roept de campagne dit jaar op om bewust aandacht te schenken aan het wonder van alledaagse dingen en ontvankelijk te vertoeven op plaatsen om stil te vallen, te bidden of contact te maken met de omgeving en met elkaar. De affiche lijkt op het eerste zicht wat vreemd. Want wat hebben de veldleeuwerik, de teunisbloem en het kleine beeld van Antonius van Padua aan de voet van de veldkapel met elkaar te maken?  Samen brengen ze ons op een symbolische manier binnen in het verhaal van de mens die zijn plek hier op aarde herontdekt.  

‘Maak dat wij terugvinden’

Een ontvankelijke houding ten opzichte van de natuur vinden we in de christelijke traditie terug bij mystici zoals Antonius van Padua, tochtgenoot van Franciscus van Assisi, en bij velen nog gekend als de patroon van de verloren voorwerpen. Een bekend rijmpje zingt: “Heilige Antonius, beste vrind; maak dat  ik mijn […] vind.”

Origineel ging het bij Antonius niet zozeer om een verloren sleutelbos, portefeuille of smartphone, maar om de zoekgeraakte band met het wezenlijke en met de levengevende werkelijkheid waartoe we behoren. Hier sluit hij naadloos aan bij onze eigen tijd. Wat zijn wij mensen in de huidige samenleving allemaal kwijtgeraakt? Of wat dreigen wij mogelijks verder te verliezen? 

Rust als verzet

Als we in onze samenleving richting een 24/7-economie worden gejaagd, waarin (zondags)rust overboord wordt gegooid. Als wat niet (markt)productief wordt geacht, als tijdverspilling wordt gezien. Als luiheid enkel als zonde wordt benoemd. Als stilte met uitsterven bedreigd wordt. Als het wereldnieuws met zijn oorlogen en klimaatrampen ons aanmoedigt om in angst- en overlevingsmodus te gaan. Dan wordt stilvallen een vorm van verzet.

Waar kunnen we op adem en verhaal komen? Hoe herinneren we onszelf eraan om te rusten in het wonder van het alledaagse? Welke vertragende rituelen kunnen ons daarbij helpen?

Kloosters en bezinningshuizen bieden het kader bij uitstek om samen de stilte in te gaan. Kapelletjes en kerken vormen nog steeds bakens in ons landschap waar natuur en volksdevotie kunnen samenkomen. Maar ook in de publieke ruimte komen mensen samen in stiltecirkels. Het energieveld dat zo te midden van drukte en onrust gecreëerd wordt, is voelbaar. Wijzelf kunnen wandelende ankerpunten van vredige stilte zijn.

Het lied van de leeuwerik

Ook het lied van de leeuwerik – verkozen tot vogel van het jaar 2026 – is zeldzaam geworden op ons Vlaamse platteland. Voor wie het nog herkent, roept de sprankelende, jubelende zangvlucht van de leeuwerik pure nostalgie op, onlosmakelijk verbonden met zomers van vroeger en een tijd die trager leek te gaan. Tegelijk legt het een verlies en een gemis bloot. Wie de taal van de schepping kan lezen, herkent dat de nood hoog is.

“Door ons kunnen duizenden soorten God niet meer loven en kunnen ze ook niet meer hun boodschap aan ons doorgeven. Dat recht hebben we niet.” (Laudato Si’ 33 ). Paus Franciscus is scherp voor het menselijk handelen dat de oorzaak is van het verdwijnen van duizenden planten- en diersoorten.

Het schouwspel van de teunisbloem

Wie zette zich op een zomeravond al ooit bewust neer om te zien hoe de knoppen van de teunisbloem zich in slechts enkele minuten tot bloemen ontvouwen? De volgende dag verwelken ze, maar ’s avonds in de schemering gaan weer nieuwe bloemen open aan dezelfde stok, en dat maandenlang.

De Nederlandse naam is afgeleid van de heilige Antonius van Padua, omdat de plant traditioneel begint te bloeien rond diens naamdag op 13 juni. Teunisbloemen zijn bij de eerste planten die grond na brand, verstoring of kaalslag koloniseren en beschermen. Ze zijn daarom een symbool voor nieuw leven en herstel. Elke plek waar een teunisbloem tot bloei komt, kan een rituele plek zijn om alleen of met anderen verwondering, troost en verbinding te ervaren in tijden van ecologische neergang.

Een tijd voor schepping

In de drukte van ons leven zien wij niet altijd meer de schoonheid van een bloem, horen wij niet langer het lied van de leeuwerik, of ervaren wij niet meer de rust die de natuur ons wil schenken. Deze periode nodigt ons uit om de verwondering over de natuur te herontdekken. Dat begint niet met grote plannen, maar met een hart dat zich opnieuw kan verwonderen. Want wie zich verwondert, leert danken. En wie dankbaar leeft, zal ook zorgzaam omgaan met de aarde, met de mensen rondom zich en met zichzelf.

Danklied voor Gods schepping

Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.

Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige gaarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.

Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

(Eleanor Farjeon, 1931, vertaling Andries Govaart)

In dit lied staat de dankbaarheid centraal: dank aan God om de nieuwe schepping, dank aan God om de nieuwe dag. Wie zo leert kijken naar alles om zich heen, oefent de verwondering en oefent de dankbaarheid. En voor wie de vertaling ietwat vreemd aandoet, beluister dan zeker eens de versie van Cat Stevens, die het lied, ruim veertig jaar later, wereldberoemd maakte met zijn mooie vertolking.

(Johan Vervaeke)
Bron: campagnetekst 2026